menu

De historie van Des Coquins

Mijn eerste ervaring in de Hondenwereld was een baantje dat ik aannam in een grote Windhonden kennel ("de Emelenberg") bij ons in de buurt. Er werden vooral Afghanen, Saluki’s, Barzois en Italiaanse Windhondjes gefokt. Hier kwam ik voor het eerst in aanraking met de fokkerij en de showwereld en was eigenlijk meteen verkocht. Na een tijdje daar ervaring opgedaan te hebben, was ik zelf 3 Afghanen en 1 Barzoi rijker en begon mijn eigen "carrière". Ik fokte een nestje Afghanen eind jaren ’70 onder de kennelnaam "El Hasachi", een samenvoegsel van mij eerste 3 honden Halesia, Saronaya en Chivass.

Via de Afghanen leerde ik destijds ook Jos Hordijk en Jon Ellis (kennel Ben Mazar-i-Sharif) kennen en we raakten goed bevriend (en zijn dat nog steeds). Zelfs zo goed dat ik geruime tijd bij hen heb ingewoond. Jos heeft mij bewust gemaakt van het fenomeen "type" en daar ben ik hem nog steeds dankbaar voor. Niet dat het daardoor makkelijker werd, integendeel, door voor een bepaald type te kiezen leg je jezelf behoorlijk wat beperkingen op. Bij de Afghanen is het eigenlijk het zelfde verhaal als bij de Lhasa’s. Jos had het "zuivere, oude type", het zogenaamde Oranje Manege-type. Te vergelijken bij de Lhasa’s met Hamilton-type, ook de meeste orginele en meest zuivere lijn.

Door mijn liefde voor oosterse rassen, keek ik op shows ook naar andere oosterse rassen en vielen me de Lhasa Apso’s op. Ik ging op kennelbezoek bij de familie Ebbink (kennel van Ebbinks Hoeve) om wat meer over de Lhasa’s te weten te komen. Het was eigenlijk een tegenvaller en ik besloot af te zien van de Lhasa en nam begin 1979 een Maltezer, waarmee ik in 1981 mijn eerste nestje onder de kennelnaam "des Coquins" fokte. Jos, inmiddels ook aangestoken met het Lhasa-virus, was wat hardnekkiger dan ik en haalde Aps (Hardacre Last Word) uit Engeland. Aps was uit heel oude Engelse lijnen met wat Amerikaans en zo zag hij er ook precies uit.

Hierdoor werd mijn virus weer aangewakkerd en durfde ik de stoute schoenen aan te trekken en naar de topkennel van destijds (Ramatsche) te stappen. Zij fokten met Shaggy Wonder honden van M. Gayraud uit België, die terug gingen naar oude Franse en oorspronkelijke Amerikaanse lijnen. Hier kocht ik mijn eerste teefje Ramatsche Rdo-Rje La-Yana. Het was een echte ouderwetse Lhasa, klein, compact, grijs/blond . Met een mooi type, een harde vacht (die niet bodemlang te krijgen was) en ze wilde perse niet geshowd worden. Uit haar en Aps fokte ik in 1982 mijn eerste nestje Lhasa’s.

De enige teef in het nest was Cessna, zij werd tevens ook mijn eerste zelfgefokte kampioen. Cessna was wat hoogbeniger , maar had een ontzettend goed gangwerk, waardoor ze ondanks haar behoorlijke ondervoorbijt het ook nog meerdere malen tot BIS heeft geschopt.

Ramatsche Rdo-Rje Mazhang kwam de gelederen versterken. Mazhang was een klein blonde reu, met een schitterend hoofd. Was prima gebouwd, maar een tikje lang en wat kort in nek, maar met een supervacht, qua structuur en lengte. Op een show vielen Cessna en Mazhang op bij Christopher Habig, die mij vroeg om een naar Duitsland te komen met mijn honden. Zo kwam ik met Duitse foksters als Gerti Bracksieck, Karin Acker, enz in contact en volgde een succesvolle samenwerking.

De eerste hond die ik van Gerti kreeg, was Traschi-Deleg Seng-Tru. Seng-Tru (links op de foto) was gefokt uit Warwinckel, Amerikaanse en oud Duitse lijnen. Hij was wat flinker dan wat ik gewend was en had een pittiger karakter. Hij had een enorm gangwerk (zij het voor wat licht wevend), een schitterende kop, maar een slechte vacht; zacht en haast niet op lengte te krijgen. Nou moet ik erbij zeggen dat er destijds niet zoveel gesleuteld werd aan de vachten als op het moment en dat mijn honden altijd los en samen liepen. Dus niet in kooien of op gaas. Zelfs later toen ik meer honden kreeg, liepen ze in grote kennels in een soort kleine roedels bij elkaar. Maar terug naar de honden.

Uit Seng-Tru en Fhibou de Coquins (Mazhang x Cessna) fokte ik een van mijn favorieten; Jarmila des Coquins. Haar moeder Fhibou was een klein, blond, propperig hondje met een veel te kort hoofd, terwijl haar expressie niet verkeerd was. Ze was ook de enige Lhasa die ik ooit heb gekend die zich moddervet at. Maar ze had zeer veel andere kwaliteiten, zoals de supervacht van haar vader en een prima bouw en gangwerk. Ze heeft me dan ook prima pups gegeven. Jarmila vond ik een super hondje, ze was klein (nee eigenlijk perfect van maat 24,5 cm, maar ook toen al was de tendens naar groot er) schitterend van type, een beeldschoon hoofd, een super vacht en een gangwerk als een trein, maar jammergenoeg een schaargebit. Ze had echter wel voldoende kin, waardoor het voor specialisten niet zo’n probleem was en ze ook heel makkelijk kampioen is geworden.

Van Keke Blumberg, een Amerikaanse keurmeester en Lhasa-fokster (kennel Potala) van het eerste uur, kreeg ik het mooiste compliment over haar, dat ik ooit gehad heb: “Be proud of her and treasure it, because we have lost it!” En zij kon het weten, zij had de eerste honden gezien. Ze prees haar om haar type, haar maat, haar soundness, haar vacht en haar gangwerk en had haar zo mee willen nemen. Als dat geen compliment was!!!!

Uit de combinatie Tommy x Jarmila fokte ik 3 teven; Queshew een mooie blonde super-showteef, die naar Jutta Wachtel (kennel vom Tschu-Shü ) in Duitsland ging er daar zeer succesvol was. Qapi en Quadi, die heel veel op elkaar leken alleen de een was donker grijs en de ander donker rood. Deze twee waren van een supertype en nu nog worden ze daarom gewaardeerd. Qapi ging later naar Sussi en Sören Sörensen in Denemarken en is nog steeds te vinden achter de hedendaagse toppers.

Queshew Des Coquins
Quadi Des Coquins

Via Gerti leerde ik Cathy Marley ( Kai-La-Sha) kennen. Zij fokte met pure Hamilton-lijnen. En zo kwam ik in 1985 aan Kai-La-Sha Indira. Zij kwam gelijk aan met Kai-La-Sha Tom-Tru die naar Gerti ging. Een paar maanden later mocht ik hem bij Gerti komen ophalen. Hij was toen, zoals Cathy dat noemde; in "the ugly’s"’. Toen ik hem ophaalde, begreep ik waarom Gerti hem weg wilde doen. Hij was groot, lomp, met ook nog eens een keer belachelijk veel haar, waardoor het nog erger werd.

Maar Cathy had gelijk, het lelijke eendje werd een mooie zwaan. Hij was zeer zeker niet perfect, maar had zulke goede punten en bleek later ook nog eens een super-vererfer. Hij was flink, maar heel sound. Voor de hedendaagse begrippen zou zijn hoofd vrij lang zijn. Maar dit paste bij de rest, het was niet 's werelds kortste hond. Hij zat prima in elkaar en had een droom van een vacht. Ik waste en borstelde hem maar een keer in de maand en zijn vacht zag er altijd super uit. Het was een laatbloeier, dat wel én een watje. Maar hij gaf super kinderen en heeft zijn stempel op het ras gedrukt in Europa. Ik heb er dus ook nooit spijt van gehad dat ik hem heb genomen.

Indira was een rode beauty, die eigenlijk alles had om een topper te worden. Jammer genoeg kreeg ze een vacht probleem en besloot ik eerst met haar een nestje te fokken.

Kai-La-Sha Tom-Tru
Kai-La-Sha Indira

Uit de combinatie Kai-La_Sha Tom-Tru en Cessna des Coquins had ik 3 mooie teven gefokt. Migou die naar Gerti ging, Mouche d’Or die ik zelf hield en Misty Mystery, die naar Egitte van Veghel (kennel v.d. Egmato) ging. Egitte fokte en showde met Ebbink’s Hoeve honden. Misty was in die tijd de meest winnende teef in Nederland en werd door Annigje Schneider (v.d. Warwinckel) vaak als voorbeeld gesteld.

Migou was een flinke, diep rode, zeer typische teef, maar de beste van het nest was eigenlijk Mouche d’Or. Alleen had zij besloten dat nooit op een show te laten zien. Maar thuis werd dat meerdere malen door diverse fokkers beaamd. Ze was een licht creme-blonde teef, waaraan eigenlijk alles klopte.

Migou Des Coquins
Mouche d’Or Des Coquins

Uit haar en Tommy (vader/dochter-combinatie) fokte ik de eerste witte Lhasa in Europa, Reve Blanc des Coquins. Zijn broer Red-Bear des Coquins en zus Raisa-Roase des Coquins gingen naar Denemarken naar Sussi en Sören Sörensen die hun Ozmillion-kennel met mijn honden begonnen. Later ging Migou van Gerti naar hun en nog even later ging Reve naar Italië, waar hij snel kampioen werd en diverse BIS's op zijn naam zette.

In de tussentijd leerde ik steeds meer mensen kennen met wie een prettige samenwerking ontstond in binnen en buitenland. Zo leerde in Denemarken Karen Olesen (kennel Fu-Kao) kennen en Carsten Stage (kennel Tai-Vong). Beiden fokte met vooral Scandinavische honden, maar hadden toch totaal veschillende honden. Van Carsten heb ik een black and tan reu (Tai-Vong Fakpa) en een rode teef (Tai-Vong Hinam) gehad, maar het klikte (genetisch) niet zo met mijn honden, vond ik destijds. Maar als ik er echter nu aan terugdenk en ik Hanky (Charlie x Tai-Vong Hinam) van bijna 16 zie, moet ik mijn mening herzien. Misschien was ik destijds te kritisch en waardeerde ik niet wat we hadden. Maar achteraf blijken meer fokkers van destijds met dat probleem te zitten. We hadden type en kwaliteit en dachten dat het altijd voor het grijpen zou liggen. Niks bleek minder waar, zou in de daarop volgende jaren blijken, maar daarover straks meer.

Tussen alle bedrijven door was ik ook nog bezig met de opleiding tot keurmeester en in 1990 slaagde ik voor de Lhasa Apso. Ook leerde ik Rob Posthuma kennen. Rob was net terug uit Engeland en had enkele honden daarvandaan meegenomen. Hij hield van een iets ander type , een wat moderner type, als ik , maar we hadden veel waardering voor elkaars ideeën en honden.

Van Rob kreeg in Borrimoor Just for Joy en zijn zus Lady Godiva. Lady zag er in eerste instantie veelbelovend uit, maar werd te groot en beviel me voor de rest ook niet zo; erg stijl in schouder, veel te zachte vacht enz. en ik heb haar als huishond geplaatst. En Joy, die door Rob gekscherend Micky Mouse werd genoemd als pup, groeide uit tot een schitterende reu. Hij had een prima, mooi hoofd, was sound, wat hoogbenig en voor mij toen wat stijl in schouder. Nu zouden we al blij zijn met zo’n schouder , maar destijd was het anders. Joy was echter heel stijlvol, liep als een trein, maar had een zachte vacht, die wel heel showy was. Daarbij had hij een heerlijk karakter, iets wat ik ook nodig had bij mijn honden, die wat moeilijk te showen waren door hun "truttige" karakter.

Zijn gebit was ook niet alles, maar dat heeft hij nooit vererfd en het heeft hem ook niet tegen gehouden om kampioen te worden. Hij bleek later ook heel waardevol voor mijn en ook andere kennels. Het werd me niet erg in dank afgenomen dat ik Joy in wilde zetten voor de fok, vanwege zijn "onzuivere" lijnen. Ik fokte op Hamilton-type en moest me dus ver van het "onzuivere" houden. Ze vonden Joy wel mooi, maar durfde of wilde hem vanwege zijn lijn niet gebruiken. Hij gaf mij echter precies wat ik nodig had, zonder mijn type te verliezen. Net dat beetje meer stijl en een wat hoger show-gehalte, plus een prima karakter. Micky Mouse bleek een lot uit de loterij.

Uit hem en Indira fokte ik Zizi , een schitterend rood teefje, precies het type, de maat en alles wat ik eigenlijk wilde. Zij gaf mij samen met Charlie (Tommy x Traschi-Deleg Abra) Jabberwocky. Uit haar en Zuko (Tommy x Zizi) fokte ik Fendi des Coquins. Zizi, Jabby en Fendi waren alle drie teven die eigenlijk iedereen mooi vond, of ze nou van het "oude" of het "nieuwe" type hielden.

Jabberwocky Des Coquins
Zizi Des Coquins

Maar Fendi was de beste. Dat bleek wel toen ze op 13 jarig leeftijd door de Amerikaanse keurmeester Norman Herbal, fokker (kennel Tabu) van het eerste uur en schrijver van "The complete Lhasa Apso", haar op een Tibetaanse Specialty bekroonde met: Beste vacht in show én Beste gangwerk in show! En dat met 13 jaar!

De mensen die het wel durfde om Joy in te zetten hebben er ook nooit spijt van gehad. Karen Olesen fokte Fu-Kao Honolulu uit hem, die op late leeftijd nog steeds succesvol was op shows. Karen fokt ook op het Hamilton-type, maar zag in dat hij voor haar ook heel waardevol kon zijn. En zoals gebleken is, terecht!

Ik noemde net al een keer Zuko des Coquins. Zuko was een mahonie kleurige reu, met een geweldig mooi type, een schitterende vacht en hij liep als een trein. Diverse fokkers zoals Tineke Hams (kennel Dar-Al Amra) fokte met hem en hij is nog te vinden achter haar honden. Jos gebruikte hem op Bothiya Helena (een Joy-dochter) die hem Istungyntje Ben Mazar-I-Sharif gaf, de moeder van Josephine Ben Mazar-I-Sharif. Deze ging naar de familie Hermanns (kennel Kirashu) in Duitsland en is nog steeds te vinden achter diverse toppers van het moment. Hij vererfde dus ook niet onverdienstelijk.

Net als Charlie-Chan des Coquins, ook een van mijn favorieten. Hij leek op zijn opa, werd me verteld. (Tommy’s vader). Charlie was een flinke, stevige reu met een geweldige vacht. Een schitterende kop. De outline die ik zocht bij een Lhasa en jammergenoeg een tang gebit. Maar dit hield ook hem niet tegen om kampioen te worden. Hij gaf schitterende kinderen, met een prima maat en prima gebitten.

Van Cathy importeerde ik nog twee honden, Kai-La-sha Banana en Kai-La-Sha Tenzing. Met Banana heb ik maar een nest gefokt en Tenzing ging later naar Laurent Pindel (kennel de Koempfer) in Frankrijk. Hij was de vader van een van de meest winnende Europese Lhasa’s, Jules de Koempfer.

In die tijd leerde ik Frank en Syvia van Tatenhove (kennel El Minja’s) beter kennen en ook hier ontstond een prettige samenwerking. Zij hadden Blowa (gebaseerd op Warwinckel) honden en Lingstoc Midas (fokker S. Linge, UK). Midas was een schitterende, uit Engeland geïmporteerde reu. Een wat meer oud-Engels, maar prima type. Met een schitterende parti-colour vacht. Met hem en Mouche d’Or des Coquins heb ik een nest gefokt waar een paar prima eigenschappen in samen kwamen. Uit dat nest ging Watch Me des Coquins naar Frank en Sylvia, en zij is nog te vinden achter hun beroemde El Minja's Thsang-Pa en dus ook achter zijn dochter El Minja's Thamina.

Later fokten Frank en Sylvia ook een nestje met Mouche d’Or en El Minja’s Mahakala (Lingstoc Midas x Blowa Madonna). Hieruit kwam het schitterend en zeer succesvolle rode teefje El Minja’s Amitabha. Ook Banana ging de gelederen versterken bij Frank en Sylvia.

Samen met de vanuit Colombia geïmporteerde reu Tn Hi Brick the Big Bang (fokster J. Hadden, USA) gaf zij de bekende El Minja’s Lady Nada. En toen Qeshew des Coquins bij mij terug kwam wegens ziekte van Jutta, ging ook Qeshew naar de El Minja’s Kennel. Samen met Brick gaf zij de zeer succesvolle reu, El Minja’s Tsarong.

Brick was een flinke, rode reu met een super vacht en een enorme uitstraling. Zelf heb ik hem twee keer gebruikt.

Uit het eerste nest (met Jabberwocky) kwamen Tzalwell en Tiswah des Coquins, die later naar Jack en Carla Rijnbout gingen (kennel v.h. Leerthouwerhof). Uit het tweede nest (met Bhotiya Beta) heb ik niks aan kunnen houden. Door mijn scheiding was ik genoodzaakt om al mijn honden weg te doen. Dit was een zeer zware beslissing, mede doordat het ook een beetje mij levenswerk was.

Gelukkig waren ze snel onder de pannen, sommige gewoon als huishond en andere bij fokkers. Zo ging Tommy terug naar Cathy (en later naar Laurent Pindel) . Fendi des Coquins in eerste instantie naar Jos en later naar Bianca Feyen (kennel Dharmakaya), die de sterren van de hemel won samen met haar. Charlie ging naar Carsten en voor ik er erg in had was ik man- en Lhasa-loos. 10 Jaar heb ik het kunnen redden om uit de hondenwereld te blijven. Tot me gevraagd werd om een paar "lhasa-keurmeesters in opleiding" te begeleiden.

Ik leerde de nieuwe fokkers kennen( want van de oude was niet meer veel over) en het Lhasa-vuurtje begon weer te wakkeren. Toen ik uitgenodigd werd om in Duitsland de Lhasa’s te keuren, laaide het weer helemaal op. Hoe groot was dan ook de teleurstelling toen ik de honden daar zag. In Nederland waren in die 10 jaar de Lhasa’s behoorlijk veranderd en ik kon niet iedere verandering direct een verbetering noemen. Met name het type was behoorlijk verloren geraakt. Maar in Duitsland was door inmenging van de TL-lijnen (Tibetaanse lijnen) ook niet veel goeds gefokt.

Door veel praten en het optrommelen van wat "wijze, oude" fokkers, zijn toch bij diverse fokkers de ogen open gegaan en beseffen ze wat er gedaan moet worden. Ieder probeert op zijn eigen manier een steentje bij te dragen. En diverse fokkers gaan steeds meer samenwerken om het ras te verbeteren. Dit kan alleen maar door onderlinge waardering en respect voor elkaar mening. Ook met verschil in type kun je waardering hebben voor elkaars mening.

Door al mijn bemoeienissen met de Lhasa’s kwam ook de behoefte om weer eens te kunnen showen. Iemand anders z'n hondje voorbrengen is door mijn keurmeesterschap niet toegestaan, dus ik ging op zoek naar een eigen Lhasaatje. Ik nam contact op met Cathy, maar zij had op dat moment niet dát waar ik op zoek was. Karen Olesen bod mij een jong reutje aan, Fu-Kao Barolo (Henkie). Jammer genoeg groeide hij niet zo uit als we hadden verwacht. Net op dat moment had Cathy een héél interessant nestje met 3 reutjes en zo kreeg ik Kai-La-Sha Jet Flight. Jet droogde wel goed op en doet leuk mee op de show.

Jos Hordijk was zo lief me een van zijn teefjes aan te bieden en zo komt het dat er nu, na bijna 17 jaar, weer een nestje Des Coquins Lhasa Apso’s geboren is. Hierover kunt u meer lezen onder de knop “nieuws/pups”.

 

Ondanks alle veranderingen door de jaren heen hou ik nog steeds vast aan mijn ideaalbeeld: Licos Kulu-La:

Een kleine, stevige, rastypische hond, sound en zonder overdrijvingen, met een kwaliteit vacht waar iedereen van kan dromen - kortom een eerlijke Lhasa.

 

 

Kennel Historie    -    Nieuws    -    Artikelen   -    Links    -    Contact